BART'D EYCKERMANS

ROBERT HELSMOORTEL

 

Openingswoord door Bart’d Eyckermans, directeur Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen.

 

Waarom geef ik hier een inleiding heden avond? De Academie voor Schone Kunsten als internationaal gegeven zond één van zijn zonen uit en komt nu post factum zijn zoon eren? Of is dit een onderdeel van het academiegebeuren van de decretaal opgelegde alumniwerking waarvoor er spijtig genoeg door de overheid geen werkingsmiddelen voorzien werden. Nee, ik sta hier ten persoonlijken titel met uiteraard wel de vorige elementen in het achterhoofd.

 

De Academie van Antwerpen heeft nog steeds die gerenommeerde internationale uitstraling die overal geprezen wordt voor haar klassieke opleiding. Is dit wel zo? Teniers richtte haar op uit een zuiver economische noodzaak. De doelstelling was degelijk geschoolde vaklui op te leiden als bescherming van de kwaliteit van het zeer belangrijke exportproduct: het schilderij. (De economische situatie van het land of het gewest was uiteraard een factor die Teniers noch de actoren in het Europese politieke toneel onder controle hadden.)

 

De Antwerpse Academie beleeft pas haar heropleving tijdens het romantisme. Een gestaag opvoeren van de technische schildermethodiek plaatst een vaktechnisch hoogtepunt in het eind van de XIX° eeuw. Een prachtig voorbeeld hiervan is de jaarlijkse ingerichte Prijs van Rome. De collectie die we hiervan nog bezitten is een perfect bewijs waartoe een opbouwen van een educatief systeem kan leiden.

Hier situeert zich de faam van deze instelling. Waar ik ook kom in Europa sleurt men een pluche ligzetel, offreert men me een sigaar en een koffietje en informeert dan pas naar de reden van mijn komst.

 

Eind XIX°eeuw komen allen wel eens naar de Academie van Antwerpen, zelfs de Nederlandse oorafsnijder stopt er op weg naar het zuiden. Men wijst hem de deur hoogvaardig zoals ze nog steeds zijn daar in die Academie. Was het het strenge van de laat negentiende eeuw die dit veroorzaakte of was het de heersende rechtvaardigheid die zich enkel aanpaste aan de bezitter van een rijk gevulde beurs. Chinese en Japanse bezoekers fotograferen gretig de handtekening van Vincent onder het waakzame oog van onze archivaris, die zich terdege bewust is van de chagrijnigheid van die negentiende eeuw waar het sociale in het beleid absoluut geen aanwezigheid heeft.

Maar genoeg over die Van Gogh anderen zoals Alma Tadema of Ingres die zijn zelfportret aan de academie schenkt, de groten van die tijd doen Antwerpen aan.

 

Over hoe het educatieve model verandert doorheen de tijden hieraan kan je verschillende causerieën wijden.

Het interbellum (én misschien als uitdeining nog een decennium lang na WOII) karakteriseert zich door de ateliers van “...” ; Elk op dat moment althans, befaamde lesgevende kunstenaar had een systeem van kennisoverdracht dat gericht was een blauwdruk door te geven, als een soort bevestiging van de eigen omnipotentie. Kunstenaar X leverde na een welbepaalde studieperiode nieuwe Xjes als kunstenaar af. Deze toelevering aan de maatschappij herhaalde zich gestaag zoals het water door de rivieren naar de zee vloeit. Deze nieuwe Xjes deden er decennia over om aan dit keurslijf te ontsnappen en om een eigen invulling van het kunstenaarschap te ontwikkelen. Het houdt geen veroordeling in als ik stel dat dit systeem parallel loopt met de maatschappelijke evoluties, het individu is op dat moment slechts een druppel in de massa, denk maar aan de waanzinnige meute die vanaf ‘33 aanzwelt tot een catastrofaal hoogtepunt.

 

Wel, het is in deze ruw geschetste context dat Robert Helsmoortel zijn opleiding in de Academie krijgt. De Westerse beschaving op zijn climax van destructie de grenzen van de waanzin aftastend. Wat erger kan iemands persoonlijkheid kneden?

Of hoe ontsnap je creatief cultureel aan de determinatie van een opleiding en de fysische en mentale gevolgen van een totalitair systeem?

Misschien is vandaag het hoogtepunt van het erop volgende tijdperk van ongeëvenaard individualisme wel voorbij, gezien de recente toepassingen van censuur op diverse vlakken van het artistieke. Dus hervat ik mijn betoog: Tot gisteren werden wij geconfronteerd met de veelvuldigheid en rijkdom van de absolute vrijheid van uiting van onderzoek van het eigen IK.

 

We werden dagelijks geconfronteerd met het voorheen ondenkbare (met uiteraard de onstuitbare controverse in discussies tussen voor en tegenstanders, maar in een wakkere maatschappij waarin elkeen zijn zeg had in gegarandeerde vrijheid). We werden dagelijks geconfronteerd met een soort ha-ha-erlebnis als het onaantastbare criterium. Of het nu gaat over socio-kritische handelingen of publieke handelingen het individu als (basis)entiteit verrijkt onze maatschappij visueel en beïnvloedt ons maatschappelijk discour.

Ik geef hiervan een voorbeeld:

-Omwille van een vermeende reïncarnatie van een godheid probeert een individu een mondiaal reizende vlam te doven tot vermaak van een bepaald publiek;

-Omwille van een esthetica plaats een individu (met name Mc Carthy) een duizendmaal vergrote hondendrol in ballonvorm op een torengebouw in New York en verandert zijn skyline tot vermaak van een publiek.

Ik geef beiden als een voorbeeld van parallellisme tussen maatschappij en kunstuiting. (zonder evenwel een persoonlijke affiniteituitspraak te doen).

 

Niet alle kunstenaars exploreerden de buitengrenzen van hun persoonlijkheid en bleven ageren binnen vermeende maatschappelijke afbakeningen opgelegd door de hen omringende goegemeente. Dit is de feitelijkheid van de eliminerende struggle for life. Hierbij is hier wel goed een filosofische randbemerking te maken: dat we als darwinist allen weten dat niet steeds het juiste gen (uit oogpunt van de long run) overleeft, maar wel the fittest van het moment. Met andere woorden, de tijd kan andere criteria hanteren waardoor uitingen van status kunnen veranderen.

 

Robert Helsmoortel gaat na zijn opleiding de wereld verkennen. Hij beseft waarschijnlijk het dorpsgehalte van de “metropool” Antwerpen. Hij gaat als een renaissance kunstenaar de wereld exploreren, wat uiteraard ook synoniem is voor een introspectieve zoektocht. Een zoektocht naar wie ben ik en wat wil ik realiseren binnen de territoria die ik als de mijne heb aangeduid. De ontplooiing van zijn eigenheid heeft hij na zijn opleiding op eigen houtje moeten doen, geholpen door de elementen die hij op zijn zoektocht tegenkwam (bvb Pabo Cassals).

 

In de huidige kunstenaarsopleidingen is de eigenheid, de identiteit van de kunstenaar in spe, hetgeen we prioritair stellen. Dit is evenzeer maatschappelijk bepaald: we willen alles nu en onmiddellijk we kunnen geen decennia gaan wachten op de materiele uitkomsten van de introspectietocht van deze jongeren. Iedereen van ons weet ondertussen dat deze educatief opgelegde zoektocht, in de diverse laboratoria waar de leerlingtovenaars kunnen tekeer gaan, uitmondt in een onoverzichtelijke collectie arte facten.

Ik zie twee nadelen in dit opleidingsmodel:

- De voordelen van een JARENLANG rijpingsproces (zoals bvb in het oeuvre van Robert Helsmoortel) dat waarschijnlijk tot meer uitgepuurde arte facten zal leiden, -en anderzijds

- De onoverzichtelijkheid van alle onderzoeksuitkomsten in een chaotische etalage (zeg maar dat de beschouwingfaciliteiten geoffreerd door een kunsthistorisch classificatiesysteem van allerhande ismen wegvalt)

 

Robert Helsmoortel, in zijn zoektocht naar zichzelf, laat doorheen de wereld een spoor arte-facten na. Als we niet goed opletten gaat zijn zoektocht verloren, voor ons en voor de toekomstige generaties. Ik bedoel evenwel niet dat de arte-facten fysisch verloren zullen gaan, maar hun zuivere betekenis in samenhang en in chronologie. De schriftelijke neerslag van de zoektocht doorheen plaats, tijd en materie van de kunstenaar dreigt verloren te gaan. Daarom is een tentoonstelling belangrijk vermits het een herladen is van de betekenis van het oeuvre met als doel het te herintegreren in een steeds veranderende maatschappelijke context. Dit is volgens mij ook de toekomstige taak van hen die zijn oeuvre beheren. Evenzeer is het de taak van instellingen die zulks als maatschappelijke opdracht van de overheid hebben toebedeeld gekregen.

 

Ik hoop dat jullie vanavond door deze, weliswaar beperkte, etalering van Robert Helsmoortels kunstwerken een zicht zullen krijgen op zijn zoektocht. Een zoektocht die resulteerde in het creëren van een eigen wereld van organische vormen die door zijn ongebondenheid aan een tijd of tijdvak een beperktheid van een -isme overstijgt en daardoor vanuit elke aparte cultuur en waarschijnlijk ook vanuit de toekomst zal kunne dienen als reflectiepunt. En wat ik voor mezelf dan, als kunstenaar, het belangrijkste criterium beschouw: het aanzetten tot nieuwe creaties. Met andere woorden, dat het volgende generaties als voedingsbodem kan dienen in hun realisatiedrang tot het ontwikkelen van nieuwe ideeën en daden.

 

<-- TERUG