Frans Boenders 3

Frans Boenders

Voorzitter van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten

 

Laat ik het vandaag niet hebben over de greep van de mode op de beeldende kunst en beginnen met het snel krimpende wereldbeeld van de Belg. De kranten melden (‘Onderzoek heeft uitgewezen…’) dat de Belg meer interesse opbrengt voor wat zich afspeelt in zijn straat dan voor politiek. De dorpse fratsen van Jean-Marie de populist in de Vlaamse praatbak kunnen ons nog even aan het lachen brengen, maar – helaas - van enige diepgaande belangstelling voor de bloedige oorlog in Irak, de wraakroepende verdeeldheid van de Palestijnen of de pijnlijke internationale onmacht ten aanzien van de barbaarse tragedie in het Afrikaanse Dafur blijkt nauwelijks sprake. Eigen straat eerst, eigen straat alles.

 

En toch komt u vandaag kijken naar schilderijen en beelden die niets minder dan de schoonheid van de kosmos op het oog hebben! Van een brede visie gesproken! De expositie in de Tongerse Velinx confronteert u meteen met het monumentale schilderij dat in de ingangspoort hangt, met de kosmische droom van de nu 84-jarige Robert Helsmoortel. U wordt, als kleine menskosmos, in dat schilderij binnengezogen, dankzij welk geestelijk transport u direct participeert aan de grote, schone kosmos daarbuiten. Ja, dit mag terecht hoge kunst heten die u even uittilt boven de sores en het gedaas van uw eigen woonstraat en u verbindt met de schoonheid van het tijdloze.

 

Robert Helsmoortel vroeg me zo-even, toen we even apart zaten, “zie je een evolutie in mijn werk?”. Ik wist niet gelijk wat te antwoorden; maar inmiddels weet ik het wel: nee Robert, er is geen evolutie, want jouw werk was nooit aan modes gebonden.

Misschien is dat ook de reden waarom het publiek –behalve u vanavond - niet direct storm loopt voor Roberts authentieke werk: het is niet in de mode! En de mode dicteert vandaag onze blik, zoals de straat waarin we wonen onze interesse stuurt.

Maar wie zich de moeite getroost om even zélf te kijken en te denken, beseft dat schoonheid uitstijgt boven modes, en dat waarachtig leven de woonstraat verbindt met een kosmisch bestaan. Leven en kunst zijn één en onverdeeld, alles is een zaak van ervaring.

Precies over authentieke innerlijke ervaring gaat de hoge kunst van Robert Helsmoortel.

 

We staan hier voor abstracte kunst; het typische daarvan is dat abstracte kunst niets herkenbaars voorstelt, geen enkele verwijzing maakt naar de realiteit die we kennen uit onze gewone, dagelijkse straatervaring. Integendeel , abstracte kunstenaars proberen precies te doen wat men feitelijk niet kàn doen: met louter kleuren en vormen iets oproepen waarvoor geen woorden bestaan. Die onmogelijke schoonheid geeft de kijker een onmiddellijke geestelijke ervaring, , die geen ommetje moet maken langs enige weg van afbeelding of voorstelling. De kunstenaar beschouwt zichzelf daarbij als medium, als iemand die het kunstwerk zichzelf laat maken en zijn. Dat klinkt een beetje ingewikkeld maar dat is het helemaal niet als we het vergelijken met heel veel kunst van vandaag die in hetzelfde bedje ziek is als de gemiddelde Vlaming, die meer in zijn eigen persoontje en zijn straat dan in de wereld daarbuiten geïnteresseerd is.

Persoonlijke mythologie: onder die noemer toont zich veel hedendaagse kunst die vertrekt van de fantasmen en verzuchting, maar ook van de leugens en manipulatiezucht van de maker. Het is allemaal begonnen met Joseph Beuys, de Teutoon die het waarschijnlijk wel goed bedoelde, een paar aardige doedels kon draaien en ongetwijfeld enkele boeiende ideeën had - maar die ongewild een vracht enorm narcistische kunst en pseudo-intellectuele blabla in zijn zog meesleurt. Een kunstenaar als Robert Helsmoortel daarentegen koestert allerminst zulk een half mystiekerige, half mesjoche ingesteldheid. Hij ziet zichzelf niet als een hedendaagse sjamaan maar als een mens die, ernstig en precies, zuivere kunstwerken tracht te maken. Of dezulke ontstaan uit spontane opwelling dan wel in opdracht doet minder terzake : op authenticiteit en eerlijk onderzoek komt het aan. Je zou Helsmoortels aanpak kunnen vergelijken met iets dat wellicht algemener bekend is, namelijk de manier waarop men aan wetenschap doet.

 

In de wetenschap gaat het helemaal niet allereerst om enig ik, zelfs niet om Einstein en Janssen en Dirac en Bohr – maar om het wekken of ‘ontdekken’ van iets dat altijd al bestaan heeft maar sluimerend in het voorbewustzijn van de mensheid zat te wachten tot iemand het precies ziet, het in een theorie kan gieten die op haar beurt aanleiding geeft tot verbluffende technologie. Dat zulks vaak ook de oorlogsvoering ‘vooruithelpt' is helaas waar, maar weer een ander verhaal. In elk geval is de wetenschap als zodanig een geleidelijke ontsluiering van waarheid, of een terugdringing van onwaarheid en valse veronderstellingen, en als zodanig een zuivere activiteit waarbij het ego met zijn woonstraat, verlangens, verzuchtingen, ambities en kleinmenselijkheid eigenlijk nauwelijks een rol speelt –tenminste, in zover het inderdaad om wetenschap en om waarheid gaat. Natuurlijk zijn ook wetenschappers als mens ook met een ego begiftigd.

 

Artiesten als Robert Helsmoortel lijken in hun werkwijze op zulke ‘zuivere’ wetenschapsmensen die systematisch en methodisch zoeken naar schoonheid en waarheid. Hij staat daarbij in de lijn van kunstenaars als Picasso, Malevitsj, Mondriaan. Hoe onderling verschillend ook –de eerste was als de Griekse god Proteus een duivelskunstenaar, de tweede een kosmisch mysticus, de derde een theosoof - ze waren alledrie begaan met de kosmos, veeleer dan met zichzelf, in die zin is hun kunst authentiek en zuiver.

Wanneer wij spreken, wanneer ik spreek, wanneer u spreekt en ik luister, of vice versa, dan noemen we dat communicatie die in haar spontaniteit verward in elkaar zit. Soms begrijpen we mekaar niet goed, we gaan op bepaalde punten niet in of enkel op de verkeerde, we blijken de dingen fout te hebben begrepen. In zulke gevallen kan de filosoof, als denkend mens, de zaken zuiver helpen stellen. Welnu, dat verlangen naar zuiverheid is de kern van het beeldend werk van Helsmoortel die, zoals de vakfilosoof Ludwig Wittgenstein, een driedubbele zuiverheidstherapie bedrijft te omschrijven als ernst, einfach, genau; ernstig, eenvoudig en precies. Kijkt u even aandachtig naar Helsmoortels doeken, naar zijn aquarelletjes en tekeningen: dan zult u zien dat het niet gaat om de persoon van de kunstenaar - die zich overigens ook visueel helemaal buiten het werk situeert en zijn ego decentraliseert. De schilder probeert de dingen te laten zijn zoals ze zijn, in hun eenvoudigste vorm: einfach, eenvoudig, en hij doet dat met waardige ernst, niet met de overdaad aan ironie en het cynisme die vandaag de hedendaagse kunst vaak verziekt. Tenslotte is een werk van Helsmoortel, net zoals een theorie in de wetenschap, ook juist. Ze moét juist zijn, anders kàn ze niet eens worden gefalsificeerd en blijft er noch waar noch vals.

 

Als we kijken naar een abstract schilderij hoeven we ons niet de vraag te stellen wat betekent het maar: wat maakt het los in mij; en wat het in mij losmaakt is altijd verbonden met de materialiteit van het werk. Het is bij uitstek het domein waarin er geen verschil heerst tussen materie en geest –dat eeuwenoud probleem -:hier is de materie daar is de geest; het ene is zichtbaar, tastbaar, waarneembaar, het andere hangt in de lucht en laten we hopen dat het er goed mee gaat. Kunst, zeker abstracte kunst, verwijst alleen naar aan de vorm en kleur gelieerde innerlijke inhouden.

 

Helsmoortel werkt in zijn olieverfschilderijen liefst met dunne, transparante verflagen. Die zuigen de blik van de beschouwer op; in plaats van een oog dat op een glimmende verfhuid botst, verdwijnt het oog in het schilderij; niet langer een buitenstaander wordt het kijkersoog deelgenoot van een kosmische ervaring. Het zweeft mee in de lucht, dijt uit in het tegenspansel, één met het onafbeeldbare. Je zou met recht kunnen zeggen dat zulke Helsmoorteldoeken aan de antipode staan van het werk van ‘vette’, barokke schilders als Karel Appel en Willem de Kooning, die de verf er opsmijten in een soort van lyrisch elan. Niet zo bij Helsmoortel. Niet dat deze schilder een rabiate rationalist zou zijn, wel integendeel; hij beoefent een vorm van meditatie in actie. Het gaat om beschouwende, voorstellingloze kunst die de verf uiterst dun uitsmeert,die hem vaak giet over het doek – dat heet dripping die zorgt voor doorschijnende, haast mistige kleurenbanen.

 

En nu neem ik u nog even mee naar het leven van Robert Helsmoortel. Geboren in 1922 in Antwerpen, uit een familie die ondermeer schepen bezat. Die de haven van zijn geboortestad met de moedermelk heeft ingedronken en hem nu teruggeeft in kleine schilderijtjes die op deze expositie heel fraai in een soort van grote passe-partouts zijn ondergebracht, een vorm van halfstedelijke landschappen, lichtjes herkenbaar maar evengoed gezegend met dezelfde geest die zijn zuiver abstracte werk doordesemt.U ziet ook marines, want tenslotte werpt de Antwerpse Schelde zich, na de doortocht in Roberts geboortestad, ei zo gauw in zee. Zulke marines hebben zeker hun belang voor een goed begrip van hoe Helsmoortel werkt; vertrekkend van wat hij ziet en dan precies, genau, eenvoudig, einfach en met een ernst die de zuiverheid en authenticiteit waarborgt, de dingen weergeeft.

 

Robert is uiteraard zoals nagenoeg alle schilders begonnen met een opleiding. In de Academie van Antwerpen, onder meer bij een geweldige graficus Jaak Gorus en bij de begaafde docent schilderkunst Walter Vaes. Vervolgens sloeg hij zijn vleugels uit, dankzij een beurs van Koningin Elisabeth, naar landen die hem inspireerden zoals Spanje, waar in het hart van La Mancha voortreffelijke abstracte schilders samenkwamen –althans met hun werken - als Antoni Tàpies en Fernando Zobell in het schitterend gelegen museum voor abstracte kunst te Cuenca, ondergebracht in een aantal aaneengeregen en over een rotskraag leunende traditionele huizen.

 

Maar Robert komt uit Spanje terug en hij werkt en krijgt opdrachten, een van de eerste is een muurschildering voor Expo ’58, de Wereldtentoonstelling op de Brusselse Heizel. Het jaar daarop vertrekt hij naar Amerika. Niet zomaar, nee hoor, hij reist mee op een vrachtschip, en komt eerst op het Mexicaanse schiereiland Yucatan, daarna gaat hij naar Cuba en uiteindelijk belandt hij in Houston, Texas. Vandaaruit trekt hij op picturale ontdekkingstocht in de imposante landschappen van de VS. Ook daarvan koestert hij in kleine schilderijtjes heel de monumentaliteit, onaangeroerdheid en echtheid die de beste Amerikaanse landschappen kenmerken.

 

De nieuwe wereld verrijkt de Antwerpenaar met opdrachten, maar we zien ze in DeVelinx uiteraard enkel in maquettes, foto’s, videomontages en perscommentaren. Alleszins leren we hieruit dat Robert zich nooit in een ivoren toren opsloot en zijn neus niet ophaalde voor functionele kunst en samenwerking met architecten, bankinstellingen en ondernemingen toejuichte.

 

Maar ik kom nog even terug op de zuiverheid in Helsmoortels abstracte schilderijen. Met het werk van de Amerikaanse abstract - impressionisten, aangevoerd door Jackson Pollock, zie ik nauwelijks een verband. Wél echter met dié abstracte schilders die de weg naar binnen aflegden zoals Mark Rothko, Elsworth Kelly, Barnett Newman en Morris Louis. Toen Robert in 1959 in Amerika arriveerde en begon met de uitbouw van zijn carrière, beleefde het land het hoogtepunt van de meditatieve abstractie –denk alleen al maar aan de Veils, de Florals, Columns en Japanse Banners van Morris Louis, of de zogeheten colorfield en hard edge. Zulke namen en stijlen zijn minder belangrijk dan de algemenere richting en koel-kosmische sfeer die Robert Helsmoortel snel in hun ban kregen, zonder dat de Antwerpenaar daarom ooit lid is geweest van een van zulke ‘scholen’ of vriendenclubs – die hem dan ook nooit hebben gepousseerd.

 

En nu staat de Antwerpse schilder, na een carrière van meer dan veertig jaar, terug met een deel van zijn oeuvre in zijn geboorteland, een wiser yet somewhat sadder man die ‘de wereld’ aan zijn voeten heeft gehad –zijn naam in de Verenigde Staten klonk als een klok – maar hier vandaag door twee generaties en hun modes overschaduwd wordt.

 

Maar ik had u beloofd dat ik niet over de mode zou spreken.

 

<-- TERUG